Gezagvoerder, Katwijk aan Zee
Pieter van Duijvenbode
Het verhaal van Pieter van Duijvenbode
Pieter van Duyvenbode werd op 11 december 1808 te Katwijk gedoopt als zoon van Teunis Gijsz van Duijvenbode en Leuntje Groen. Vader Teunis was eveneens koopvaardijkapitein. Pieter huwde op 13 februari 1828 met Antje Langeveld (Woubrugge 22 juli 1803 - Katwijk 13 november 1885). Het echtpaar kreeg drie kinderen: Leuntje (in 1851 gehuwd met de kapitein Pieter Cornelis Rosier), Dirk (ook koopvaardijkapitein) en Adriaantje. Pieter overlijdt op 30 juli 1867.
Pieter vaart al in 1820 mee met zijn vader Teunis naar Japan. “Teunis schijnt op deze reis een klein vermogen (ƒ 22.000) verdiend te hebben. In ieder geval kan hij, nadat hij zich definitief aan de wal vestigt, voor zijn zoon Pieter in 1827 een galjoot, “Industrie”, kopen. Pieter vaart echter al eerder als kapitein, nl. vanaf 7 April 1826 op het kofschip “Industrie”. Hij is dan zeventien jaar. Hij maakt een reis naar Nerwa met een geheel Katwijkse bemanning van zeven koppen. Niet geheel duidelijk is of zijn vader nu het schip koopt waarmee hij al vaart of een ander schip. Tot in 1827 vaart Pieter veelvuldig op Liverpool. In 1837 wordt Pieter kapitein van de “Jan Pieterszoon Koen”, in dat jaar van stapel gelopen voor de rederij G.J.Boissevain. “Waarschijnlijk is Pieter van Duyvenbode als kapitein aangezocht via de scheepsbouwmeester Cornelis Smit…De kapitein is bezitter van tweeveertigste aandeel. Het barkschip van 310 gemeten last “vrij in zee” kost ƒ 124.542, zodat Pieters aandeel wel ƒ 6227 kost. Pieter van Duyvenbode is zeer succesvol met dit schip, een snelle zeiler (de eerste reis gaat in 91 dagen). Hij weet over de eerste drie reizen een totale uitkering aan de rederij te bewerkstelligen van ƒ 114.000, al bijna de kostprijs van het schip.” Zijn eigen verdiensten over deze eerste drie reizen van mei 1838 tot april 1841 zijn met ƒ 9.960 aan de magere kant, vanwege het ontbreken van passagiers en het niet verstrekken van premies door Boissevain. Uit de inventarislijst van de Jan Pieterszoon Koen blijkt dat de lading “professioneel stuurmansgoed” aan boord had, zoals chronometer, sextant, e.d., en dat dus voor die tijd moderne navigatie mogelijk was. In 1841 gaat Pieter over naar de nieuwe bark “Van der Werff”. Zijn stuurman en zwager Buister van der Plas volgt hem als gezagvoerder op op de “Jan Pieterszoon Koen”. Pieter heeft 2/40 aandeel in de “van der Werff”. “Ook met dit schip zijn uitstekende zaken gedaan: na vijf reizen is het schip vrijgevaren. In de jaren 1841 tot 1849 onder van Duyvenbode, in zeven reizen naar Indië, levert het schip totaal ƒ 187.200 op”. In 1849 ging Pieter over naar de “A.R.Falck” (die tot dan toe onder gezag stond van L.A.J.Boulet) Hij maakte in 5 jaar 5 reizen naar Indië, waarvan 4 voor de Nederlandsche Handel Maatschappij en een reis met kolen naar Singapore. “Tijdens de laatste thuisreis overlijdt Pieters vader, Teunis van Duyvenbode. Bij het binnenlopen van het Nieuwediep stoot de “A.R.Falck” op de stilliggende “Magdalena” en veroorzaakt voor zo’n ƒ2.200 schade. Van Duyvenbode verklaart dan enige rust te willen nemen, nadat hij al dertig jaar als schipper gevaren heeft, waaronder achttien voor Boissevain. Hij beveelt zijn zoon Dirk tot opvolger aan. (Het betreft hier vrij zeker de bark “Magdalena” onder kapitein A.P.Klein varend voor Gebr. Hartsen te Amsterdam) - Bouma) Pieter van Duyvenbode volgt in de voetsporen van zijn vader en begint in Katwijk in 1858 een rederij met de aankoop van enkele bomschuiten. De boekhouder is de smid Gijs Verdoes. Pieter meldt zich dan af als lid van Zeemanshoop, na sinds 1837 lid geweest te zijn. Hij wordt in Katwijk nog regent van het Gasthuis en lid van de gemeenteraad. Bij zijn overlijden in 1867 laat hij anderhalf woonhuis met erf en enkele hectaren bouwland na. Zijn zoon Dirk en schoonzoon Piet Rosier besluiten na zijn overlijden hun leven aan de wal voort te zetten”. Uit ladinslijsten in het rederijarchief van Boissevain is een indruk te krijgen van de lading naar en van Indië. Naast bulk- en stukgoederen vervoert Pieter van Duyvenbode ook passagiers, waaronder soldaten. De bemanning, waarbij meestal een aantal Katwijkers, is Pieter doorgaans zeer trouw. “Zo komt hij bijv. in 1853 in Singapore aan, waar wegens besmettelijke ziekten en gebrek aan vers drinkwater en voedsel al veel volk gedrost is van de schepen, soms tot de helft van de bemanningen. Van zijn bemanning deserteert niemand. Als hij in 1855 besluit te stoppen gaan de Katwijkers met hem mee naar huis”. Pieter van Duyvenbode was heer en meester op zijn schip….Boissevain sluit in 1854 een contract voor het vervoer van zes en tachtig vaten koolteer met de “A.R.Falck” van Nederland naar Indië. Pieter van Duyvenbode wil dit niet met zijn schip vervoeren en de koolteer staat dan ook niet op de ladingslijst van de uitgeleverde goederen in Java. In het GAA is met nr.216-225 aanwezig het logboek van de bark "A.R.Falck", kapitein P.van Duyvenbooden, bestemming Nederlands Oost-Indië, juli 1847-juni 1848. In het Katwijks Museum hangt een schilderij van Spin uit 1838 met de afbeelding van de “Jan Pieterszoon Coen” onder gezag van kapitein P. van Duyvenbooden. Het schip voert de nummervlag 376 van het college Zeemanshoop uit Amsterdam. In de publicatie van van der Plas en Meijles staat bij kapitein Johannes Willem Verloop een fragmentafbeelding van de bark “Jan Pieterszoon Koen”, in c. 1850 geschilderd door J.Spin. Het schip draagt vlag 376 van Zeemanshoop en is dus van P.van Duijvenbo(o)den. P.van Duyvenboden verzorgde per 04 maart 1839 vanuit Nieuwediep met de “Jan Pietersz Koen” een troepentransport van 4 officieren en 100 manschappen. Hij arriveerde te Batavia op 10 juni 1837 na 98 dagen.
