doctor , Kaap de goede Hoop
Arnoldus Philippus Kuys, Maria Bronkhuijze Kuijs en Bronkhuize
Het verhaal van Arnoldus Philippus Kuys, Maria Bronkhuijze
Van deze familie is bij ons eigenlijk weinig bekend.
Arnoldus Philippus Kuijs is op 6 mei 1779 geboren in Kaap de Goede Hoop, en is een zoon van Abraham Johannes Kuijs en van Maria Hendrica Roelanda Heijing. Hij heeft het diploma medicinae doctor behaald in Leiden op 6 april 1805. Hij is in 1799 in Leiden getrouwd met jonkvrouw Maria Bronkhuize, geboren op 10 december 1776 in Leiden, dochter van Jacobus Bronkhuijze en van Maria de Nobel.
Zij hebben zeven kinderen gekregen waarvan er twee jong zijn overleden. Ze wonen eerst in Edam en laten zich 11 juni 1807 inschrijven bij de Gereformeerde Kerk in Hoorn. Daar is op 15 april 1808
dochter Maria Johanna Margaretha geboren en in 1812 hun zoon Nicolaas Martinus, die maar drie jaar oud is geworden. Arnoldus is werkzaam als medicinae doctor tot aan zijn dood in 1832; hij is
vanaf 1825 als lector verbonden aan de Geneeskundige School en lid van de Provinciale Geneeskundige Commissie.
Arnoldus Philippus, overleden op 24 juni 1832, is op 26 juni 1832 in graf A46 op het Keern te Hoorn begraven. Bijna twintig jaar later zijn zijn beenderen overgebracht naar Leiden. Zijn vrouw is na zijn overlijden naar Voorschoten gegaan en daar op 19 maart 1853 overleden. Zij is samen met haar man in Katwijk begraven op de Algemene Begraafplaats. Dochter Maria Johanna Margaretha, die ongehuwd is
gebleven, woonde in die tijd ook in Voorschoten en is daar in Huize Rhijn en Burg op 18 november 1883 overleden.
Op de grafkelder van de families Kuys en Bronkhuyzen in Katwijk op de begraafplaats aan de Zuidstraat is vandaag de dag een eenvoudige hardstenen zerk het enige wat nog over is van het monument. Aan de rand rondom de zerk is te zien dat er ooit een hekwerk omheen heeft gestaan. Binnen een gietijzeren hekwerk stond een van de meest fraaie grafmonumenten. Op de zerk was een opbouw met zadeldak en boven op een fraaie voorstelling van funeraire symboliek met een gevleugelde zandloper met zeisen, bekroond met een schedel met knoken. Mogelijk dat de gehele opbouw van hout was, waardoor het door de weersomstandigheden niet behouden is gebleven.
In 1835 is er familie naar Alphen verhuisd waar zij woonden op de buitenplaats "Welgelegen" later verhuisde zij naar "Overpost" . Na het overlijden van Mevr. Adriana Clasina Bronkhuijze, de weduwe van Jaques Jean (zoon van Arnoldus en Maria) zijn er aan volgende instellingen legaten over gemaakt; Hervormde weeshuis Alphen 10.000 gulden, Hervormde diaconie Alphen 10.000 gulden, Hervormde kerk te Alphen 2000 gulden, Hervormde diaconie Katwijk aan Zee 5000 gulden. Buitenplaats Welgelegen. Buitenplaats "Welgelegen" lag precies ten zuiden van "Overpost". In 1835 kwam op "Welgelegen" de familie Kuijs wonen, die later "Overpost" betrok. "Welgelegen" werd 10 Jan. 1854 (not. Dirk Nic. Roskes) persoonlijk eigendom van Mevr. de Wed. Kuys-Bronkhuyze, werd daarna verhuurd (o a als de kantonrechter Ledeboer huurder) en Mei 1871 door haar (destijds gesch. echtgenoote Cornelis van der Vlies, burgemeester) verkocht aan Cornelis Conijn, rentenier. Het wordt bij die gelegenheid beschreven heerenhuis, genaamd W. met koepel aan den weg en een kamer, alsmede uitzicht hebbende den straatweg, voorts stalling en verder, tuin en erve. De tuin is bij de verbreeding aan den Rijn (± 1903) zeer ingekort en in dien tijd is ook het koepeltje verdwenen. Thans heeft het momenteel niet meer het voorkomen van een buitenplaats. Het huis is ingebouwd tusschen andere huizen en is nu eigendom van den heer Bouw v. Wijk, die het ook bewoont. Tusschen "Welgelegen" en de Postbrug woonde in 1830 de Heer Gewin. Mogelijk heeft hij het huis vlak ten noorden van de Postbrug laten bouwen. Overpost. Deze nog bestaande buitenplaats ontleende haar naam aan de ligging tegenover de herberg de “Prins van Oranje" in Oudshoorn, alwaar vroeger het generaal-postcomptoir was gevestigd. De bouworde voert ons terug naar het begin der 19e eeuw. In de voor ons beschikbare bronnen vonden wij deze buitenplaats niet vermeld. Ten zuiden der plaats heeft vroeger het buitentje "Welgelegen" gestaan. In het tweede kwartaal der 19de eeuw woonde op "Overpost' burgemeester Dr. Antonie A Lemzon Pijnaker. Hij zal het goed hebben laten bouwen. Deze was geboren te 's Gravezande 22 Febr. 1780 en kwam in Dec. 1805 uit Rhenen te Alphen wonen. Hij was 27 Aug. 1801 te Utrecht tot de uitoefening der genees-, heel- en vroedkunde toegelaten en 23 Aug. 1802 voor de medische commissie te Duisburg geëxamineerd en als officier van gezondheid aangesteld. Als fungerend geneesheer, werd hij eerst te Alphen tot assessor en na den dood van J. J. 0oykaast ( overleden in 1834) tot burgemeester dezer gemeente benoemd, welk ambt hij tot zijn dood 8 Aug. 1849 bekleedde. Zijn naam blijft alhier in herinnering door een gedenksteen in het (oude) raadhuis van Alphen, op den hoek van de Bruggestraat, dat daar onder zijn bestuur is gebouwd. Na den dood van burgemeester L. P. werd “Overpost' betrokken door de familie Kuys. Jacques Johan Kuys, geb. te Leiden 23 Juli 1800 en zijn vrouw Adriana Klasina Bronkhuize waren in 1835 uit Leiden te Alphen komen wonen op "Welgelegen" vlak naast "Overpost". Zij hadden slechts één kind t.w. Jacobus Johannes Kuys. In 1884 schonk Mevrouw de Wed. Kuys-Bronkhuyze een deel van het avondmaalzilver bij de N. H. Gemeente te Alphen in gebruik. Niet lang daarna is ze overleden; "Overpost" bleef bewoond door haar (krankzinnigen) zoon en toen deze ± 1910 te Alphen overleed werd de inboedel, waaronder vele antieke stukken door notaris C. van der Lee in het openbaar verkocht. Het huis met de bijbehoorende gronden werd eigendom van Jhr. J. A. Boreel de Mauregnault, Heer van Esselijker en St. Jacobswoude, te voren wonende op “Rheinheim" (Rust-en-Werk, zie no, 19). Hij vestigde hier de bekende visscherij “de Wijde-Aa" en richtte er een ijsfabriek op. Bij zijn vertrek uit de gemeente Alphen werd "Overpost" door notaris J. C. Spruyt in het openbaar 30 Nov. 1916 geveild en 7 Dec. 1916 toegewezen aan de gemeente Alphen aan den Rijn. Deze heeft de buitenplaats sedert tot gemeente-secretarie ingericht. Bij navraag bleek mij, dat bij den laatsten verkoop géén oude eigendomsbewijzen waren overgelegd.
